Dorpermolen Opoeteren

Dorpermolen Opoeteren

  • Naam: Dorpermolen (1530)
  • Adres: Dorpermolenstraat 2, Opoeteren
  • Soort molen: Onderslag watermolen, graanmolen
  • Route: De molen ligt niet aan het fietsroutenetwerk. De molen ligt op de Watermolenroute van MolenNetwerk KempenBroek vzw

Vastleggen in volledig scherm 11-4-2017 115450.bmp

Eigenaar Familie Cornelissen, in erfpacht aan de stad Maaseik
Gebouwd 1530 (vakwerk) / 1859 (steen)
Type Onderslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Bakstenen gebouw, wolfsdak aan de beekzijde
Gevlucht/Rad Metalen onderslagrad
Inrichting Nog aanwezig
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
08.09.1981
  • Molenaar: Lambert Schreurs
  • Molenaars in opleiding: Wim Jame en Jozef Vanroy 
  • Telefoon: 089/819290 of 089/566890
  • Bezichtiging: Vanwege de beperkingen door covid-19 zijn de molens nog gesloten voor bezoekers.
  • Bezoek aan de molen is gratis. Groepen betalen € 2,– p.p.
  • Aanvraag groepsbezoeken/rondleidingen: Dienst Musea – Toerisme Maaseik

Beschrijving:

De Dorpermolen in Opoeteren is één van de 16-tal watermolens die de Bosbeek rijk is. Ondanks het groot aantal molens is deze molen toch erg bijzonder en uniek. Het gebouw werd in steen opgericht in het midden van de 19e eeuw en verving een vakwerkconstructie ingevuld met leem. Het molenwerk is nog ouder en dateert vermoedelijk uit de 17de of 18de eeuw. Vaker werd het molengebouw rondom het technische molenwerk afgebroken en verbeterd, terwijl het molenwerk behouden bleef. De molen betekende immers een belangrijke economische waarde en moest blijven draaien.


De Dorpermolen omstreeks 1900

De eerste vermelding van de molen dateert uit 1530. Hij staat aangeduid op de Ferrariskaart (1771-77) en in de Atlas van de Buurtwegen (1845); hij was steeds eigendom van de heren van Opoeteren, oorspronkelijk de prins-bisschop van Luik, sinds 1619 de familie de Selys. Wanneer de familie Bemelmans van Luik in 1845 de goederen van de Selys in Opoeteren koopt, hoort daar ook de Dorpermolen bij.
De molen was een graanmolen en banmolen.

Onder de molenaars-pachters van baron de Selis dienen we zeker Caspar Jacobus Boonen te vermelden. In 1793 zette hij het dorp op zijn kop omdat hij een proces aanspande tegen 36 dorpelingen die nagelaten hadden te laten malen op de Dorpermolen, toen nog altijd een dwang- of banmolen. Maar de invallende Franse troepen maakten daar een einde aan. Met Boonen belandt men eveneens in het Bokkenrijdersgebeuren dat nog altijd tot de verbeelding spreekt.

Het huidige gebouw dateert van 1859. Sinds de jaren 1950 wordt op elektriciteit gemalen. Hendrik Cornelissen die vanaf 1965 molenaar was, zou de laatste beroepsmolenaar worden.

Alhoewel vrijwillig molenaar Jan Loubele met de molen tot in 2004 maalde, geraakte het gebouw toch steeds meer in verval. De muren helden naar buiten (ze waren bolvormig geworden) en konden elk moment omvallen. Als zo’n muur omvalt, zou ook het dak automatisch mee naar beneden komen. Er was dus acuut instortingsgevaar. Een fundament van de molenstoel (die vrij staat van het gebouw om trillingen te vermijden) was aan het wegrotten door insijpelend water. Het gebouw moet opnieuw waterdicht worden gemaakt. De beek moest stroomafwaarts worden geveegd, zodat het waterpeil ter hoogte van de molen zou zakken en het draaiend molenrad niet meer wordt afgeremd.

De molen is een klein, rechthoekig diephuis van twee traveeën en één bouwlaag onder wolfsdak (mechanische pannen). Bakstenen gebouw, met in de achtergevel het thans metalen molenrad; betonnen sluiswerk over de Bosbeek. In de voorgevel een rechthoekig laadvenster in houten kozijn; de houten katrol onder de dakrand is nog aanwezig. Rechthoekige deur in houten kozijn. In de linkerzijgevel een rechthoekig venster onder houten latei. Twee houten kozijnen in de rechterzijgevel. In de achtergevel getoogde vensters.