Luyensmolen Ittervoort

Luyensmolen Ittervoort

Naam Luyensmolen of Luismolen / Luysmolen (1252/1648)
Soort molen turbinemolen, oorspronkelijke olieslagmolen en korenmolen
Plaats Margarethastraat 17, Ittervoort.
Beek  Itterbeek
Route: de molen ligt niet aan een fietsroute
Molenaar: geen
Voorzieningen: 

Omschrijving:

Deze watermolen stamt uit het jaar 1648 en omschreven als “een fraai dorpshuis als molenaarswoning”. Ze was vóór 1794 nauw verbonden met het vorstendom Thorn. In het midden van de 19e eeuw werd aan de Provincie een verzoek ingediend voor de oprichting van een oliemolen. Vanaf 1852 tot 1960 volgden meerdere eigenaren elkaar op, waarbij diverse veranderingen en verbouwingen tot stand kwamen. Tot in de jaren zestig werd de molen als zodanig nog gebruikt. Het waterrecht werd verkocht en het maalbedrijf opgeheven. Na 1970 heeft het molengebouw een woonbestemming gekregen.

Ittervoort en zijn molens waren voor de Franse tijd (1795-1813) nauw verbonden met het vorstendom Thorn. Al in 1252 werd door zuster Elisabeth een erflast van 18 malder rogge op de molen gelegd ten gunste van de kerk van Thorn. In 1338 gaf de abdis de molen in erfpacht uit en uit de bepalingen blijkt dat ook een oliemolen aanwezig was.

De oliemolen moet later opgeheven zijn want in 1854 wordt de inrichting van een oliemolen aangevraagd voor de Luyensmolen, naast de bestaande korenmolen. Sindsdien heette de watermolen in de volksmond de Oliemolen. 

De beek is vanouds smal en het verhang klein, zodat het watertransport gering is. Het verschil tussen het peil van de grondark van de Borghmolen in Kessenich en dat van de Kraekermolen in Thorn was volgens de rapporten van provinciale waterstaat, ongeveer 4,8 m., de beeklengte tussen deze molens bedraagt ongeveer 2900 m., zodat het verhang minder dan 2 millimeter per meter bedroeg. Bovendien kwamen op de bodem veel zandruggen voor die de waterafvoer belemmerden. Werd het water door de bovenmolens opgestuwd dan kregen de ondermolens te weinig water. Van de ondermolens op de Itterbeek stonden de schoepen van de waterraderen vaak in het achterwater zodat zij minder kracht konden ontwikkelen.

In 1917 werd het waterrad vervangen door een turbine en de maalinrichting en oliemolen verwijderd. Een nieuwe maalinrichting met gietijzeren maalstoel werd geplaatst, de oliemolen keerde niet terug. In het begin van de jaren vijftig werd het waterrecht verkocht en een elektrische hamermolen geplaatst waarmee tot in de zestiger jaren gemalen werd.