Galdermansmolen Tongerlo

Vastleggen in volledig scherm 8-7-2016 093037

Galdermansmolen 2 Tongerlo.png

Naam: Galdermansmolen (1633/1850)
Type molen: Onderslag watermolen oorspronkelijk graan- en oliemolen
Beek: Itterbeek
Locatie:  Solterweg  16, Tongerloo – Bree
Route: De molen ligt dicht bij knooppunt 12

Vastleggen in volledig scherm 11-4-2017 115450

Voorzieningen:
Molenaar: Jan Simons
Bezoekmogelijkheid: Bezoekmogelijkheden op afspraak
Telefoon: +32 89 864350
Website:

Beschrijving:
De molen wordt voor het eerst vermeld in 1633. Het was oorspronkelijk een oliemolen. Circa 1700 was Peter Galdermans eigenaar. In 1735 (muurankers) werd het woonhuis gebouwd of herbouwd. In 1850 werd de molen door C. Galdermans omgebouwd tot graan- en oliemolen. In 1905 werd de oliemolen verwijderd en vervangen door een tweede maalstoel waarmee boekweit kon gemalen worden. Het houten molenrad werd in 1920 vervangen door het huidige metalen rad, afkomstig van een molen in Achel. Kort daarna werd de molen omgevormd tot een mechanische molen met dieselmotor afkomstig van de Keyartmolen. In 1950 verkocht de familie Galdermans de molen.

Geschiedenis:

De Dorpsmolen, Dorpermolen of Galdermansmolen is gelegen aan de rechterzijde van de Itterbeek langs de Solterweg vlag tegen de dorpskern van Tongerlo.

De molen werd in 1633 gebouwd als een oliemolen.  Rond 1700 was Peter Galdermans alias “van de slaghmoelen” eigenaar, vandaar de molennaam. De molen ging over op  zijn zoon Servatius (1708-1774) die schepen was van Opitter en Tongerlo. Na diens dood kwam de molen in het bezit van Peter Galdermans (1735-1810). Dit blijkt onder meer uit de gerechtsstukken van 1 februari 1776: “alhier voor recht comparerende Peter Galdermans reponderende voor de meerig absente broeders denw., heeft opgehalden en gereliveert Galdermans goedt en renthen onder deese justitie sorterende en sulx naar dood en aflijvigheid van Servaes Galdermans lesten tochtenaar en diensvolgens is aan hem Peter Galdermans beneffens zijne absente broeders die ophellinge verleent en is in hoede van de wet gekeert.”

Zijn zoon Nicolaas (1787-1870) nam de molen over en op 1 februari 1841 diende deze een verzoek in bij het gemeentebestuur van Tongerlo dat al volgt luidde: “verandering te doen aan het binnenwerk van zijner oliemolen en aldus ten doel hebbende eene graanmolen ervan te maken, daar ze door ‘t afgestane land aan Holland bijna geheel zonder werk is en aan de adressant omtrend geene voordelen meer oplevert. Ook zijn er drie oliemolens in deze gemeente en slechts eene graanmolen en meer dan halfschijd (de helft) der vruchten wordt buiten de gemeente gemalen.”

Het verzoek leverde blijkbaar geen bezwaren op want in 1850 heeft de splitsing in olie- en graanmolen plaatsgevonden, beide door hetzelfde rad aangedreven.
Nicolaas bleef ongehuwd, evenals de meeste van zijn broers, zodat de eigendom van de molen via vererving overging naar de kinderen van Christiaan Galdermans. (Arnold, Lenonardus Hubertus, Margaretha Helena, Peter Hubertus, Maria Helena Hubertina). Leonard (Nardje van de molen) was de molenaar. In 1900 was de molen in het bezit van Maria Anna Alina Thevissen, weduwe van Peter Hubertus Galdermans alsmede van Jozef en Margaretha Galdermans.

Technische beschrijving : 
Het huidige molenhuis dateert van ca. 1841, en is de verstening van een vakwerkgebouw. Het is een breedhuis van vier traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen). De afmetingen van het rechthoekig gebouw zijn 8,57 x 12,90 meter. Bakstenen gebouw met sterk verhoogde begane grond. Als versiering zijn er tuitgevels met vlechtingen. Baksteenfries onder de dakrand. Smeedijzeren muurankers, plat en met krullen. Getoogde benedenvensters; rondboogvormige bovenvensters; lage rondboogpoort. Zijgevels met aandak, topstuk en schouderstukken. In de linerzijgevel een rechthoekige deur onder houten latei en een getoogd zoldervenster.

 

Metalen molenrad van het onderslagtype tegen de rechter zijgevel. Het rad is van staal met gietijzeren rozetten en 2×8 radiale spaken. De diameter bedraagt 5,60 meter. (De doorsnede van het vroegere houten rad kon aan de hand van het nog aanwezige gat van de vroegere houten wateras worden gereconstrueerd en bedroeg ongeveer 4,75 meter.) De omwentelingssnelheid bedraagt ca. 9 omwentelingen per minuut. Het rad telt 40 stalen schoepen (voormalig houten rad 32) met een breedte van 63 cm en een hoogte van 40 cm, aan de zijkant tussen stalen velgen bevestigd.
De stuwhooge is 66 cm, de waterdorpel 105 cm boven de vloedbaan. De ark is van beton gemaakt, gedateerd J G 1920. Er zijn twee sluizen, de maalsluis is 110 cm breed en de lossluis 145 cm. Deze kunnen van binnenuit worden bediend via haaks werk en langs de as.

De wateras is van gietijzer. Het kamrad is van hout, zogenaamd eenstapswerk, en telt 68 kammen. Het steenwiel heeft 15 staven. De overbrengingsverhouding is 4,53. Op de wateras is achter het kamrad een spoorwiel met 56 kammen aangebracht, wat een ronsel met 22 staven aandrijft op een lange secundaire as. Deze as diende o.a. voor de aandrijving van een dorsmachine en een haverpletter.



De molen bezit twee koppels 16der kunststenen waarvan 1 koppel thans uitsluitend elektrisch kan worden aangedreven. Oorspronkelijk werd dit koppel aangedreven via een zgn. lijnaandrijving: een horizontale as haaks op de wateras, aangedreven door het kamrad met een haakse overbrenging naar de stenen. De maalstenen worden gedragen door een houten steenbed. Het luiwerk wordt aangedreven middels poelies en drijfriem. Het zakkentransport gaat via glijbaan en klapluiken.
De geschatte productiecapaciteit bedraagt 200 kg rogge per uur.
Tot de hulpapparatuur behoort de haverpletter, hamermolen, mengketel, elevator en de elektromotor voor de aandrijving van een koppel stenen.


Het woonhuis dateert van 1735. Langgestrekt gebouw van acht traveeën, met stal (?) in de twee linker traveeën. Witgekalkte baksteenbouw onder gebogen zadeldak (mechanische pannen), op een gepikte plint. Dropmotief en muizentandfries onder de dakrand. Smeedijzeren muurankers; datering door middel van muurankers in de voorgevel. Het woonhuis is een dubbelhuis van zes traveeën. Rechthoekige, beluikte vensters in een beschilderde omlijsting; de twee rechtervensters zijn geprofileerd, en dus waarschijnlijk van hardsteen. Rechthoekige deur in een hardstenen omlijsting op neuten. Rechterzijgevel en achtergevel zijn nieuw.
Het linkse aansluitende dienstgedeelte is iets lager. Witgekalkt bakstenen gebouw onder zadeldak (Vlaamse pannen). Recente vensters; twee thans gedichte korfboogpoorten.